Views
1 year ago

4 Toetsen

  • Text
  • Hoofdstuk
  • Leerjaar
  • Translate
  • Opdrachten
  • Woorden
  • Leerling
  • Handleiding
  • Antwoordenmodel
  • Sentences
  • Vragen
  • Toetsen
  • Wwwsterkengelsnl
Toetsen data base leerjaar 4

Ex 8 Have a look at the

Ex 8 Have a look at the words below and put them in the correct English word order. Ex 9 1. Lisa is always playing the guitar in her garden. 2. Tim and Laura love eating out together. 3. They are having a party tomorrow. 4. I walked to the bus stop yesterday. 5. You pushed the button way too often. 6. My sister laughs very loudly. 7. His cousin is doing the dishes in the kitchen right now. 8. Ada wants to take me on a date tomorrow. 9. The dog always cries when the owner leaves. 10. Ursula was waiting for you over there. Have a look at the sentence and complete it using the correct tense. Ex 10 1. I am reading a book right now. 2. She walks to school every day. 3. Don’t walk in there, he is studying. 4. We are reading making a test now. 5. They text each other all day long. 6. My parents are watching the news, be quiet please. 7. I am charging my laptop, so I can use it later. 8. We go swimming every Friday. 9. David works 5 days a week. 10. I love listening to music in my free time. Have a look at the sentence and complete it using the correct tense. Ex 11 1. They have been in love for a year now. 2. I have just seen him here. 3. I walked the dog an hour ago. 4. We have known each other since 2016. 5. Steve and Warren have counted the pieces already. 6. We played a game last week. 7. Justine painted a beautiful painting in class last year. 8. She already has written a letter to the principle about the issue. 9. We texted last night. 10. I was very skinny as a child. Have a good look at the sentences and cross out the wrong form of the comparison or superlative. 1. taller 2. sharpest 3. most colourful 4. brightest 5. more mysterious 6. most energetic 7. hottest 8. most dangerous 9. colder 10. loudest Ex 12 Right now you are making a test, but what other things are you doing? Make 10 sentences in the present continuous of things you are doing right now. De antwoorden van de leerlingen kunnen variëren. Zolang de leerling heeft geantwoord in een volledige zin, met juist gebruik van de present continuous , verdiend de leerling alle punten. Mocht de leerlingen spel/schrijf/woordkeus fouten maken die de betekenis van de zin niet (teveel) beïnvloeden dan verdiend de leerling alle punten. Is de zin door spel/schrijf/woordkeus fouten onleesbaar dan krijgt de leerling geen punten. Ex 13 What did you do around this time yesterday? Or last week? Make 10 full sentences using the past simple. De antwoorden van de leerlingen kunnen variëren. Zolang de leerling heeft geantwoord in een volledige zin, met juist gebruik van de past simple , verdiend de leerling alle punten. Mocht de leerlingen spel/schrijf/woordkeus fouten maken die de betekenis van de zin niet (teveel) beïnvloeden dan verdiend de leerling alle punten. Is de zin door spel/ schrijf/woordkeus fouten onleesbaar dan krijgt de leerling geen punten. Ex 14 What is something you have done recently? How long have you known your best friend? Make 10 full sentences using the present perfect. De antwoorden van de leerlingen kunnen variëren. Zolang de leerling heeft geantwoord in een volledige zin, met juist gebruik van de present perfect, verdiend de leerling alle punten. Mocht de leerlingen spel/schrijf/woordkeus fouten maken die de betekenis van de zin niet (teveel) beïnvloeden dan verdiend de leerling alle punten. Is de zin door spel/ schrijf/woordkeus fouten onleesbaar dan krijgt de leerling geen punten. Ex 15 Use the words between brackets to make a correct sentence using either a comparative or superlative. De antwoorden van de leerlingen kunnen variëren. Hieronder is een antwoordmogelijkheid beschreven, mocht de leerling afwijken van dit antwoord maar wel de trappen van vergelijking goed gebruiken dan verdient deze alle mogelijke punten. Ex 16 1. My granddad is older than my dad. 2. A dog is the most loyal animal. 3. My sister is younger than me. 4. A dog is more beautiful than a cat. 5. This bunny is the furriest. 6. Juice is more expensive than water. 7. A lion is the most dangerous animal in the world. 8. An ant is stronger than a fly. 9. Dave is more nervous than you. 10. Jessica is the most annoyed person in the room. Below you find 5 pictures. Have a good look at the pictures and describe what you see. Write down 2 sentences for every picture, pay attention to your word order. De antwoorden van de leerlingen kunnen variëren. Zolang de leerling heeft geantwoord in een volledige zin, met juist gebruik van de correct woordvolgorde, verdiend de leerling alle punten. Mocht de leerlingen spel/schrijf/woordkeus fouten maken die de betekenis van de zin niet (teveel) beïnvloeden dan verdiend de leerling alle punten. Is de zin door spel/schrijf/woordkeus fouten onleesbaar dan krijgt de leerling geen punten. 42 43 HANDLEIDING EN ANTWOORDENMODEL HOOFDSTUK 1 LEERJAAR 4 HANDLEIDING EN ANTWOORDENMODEL HOOFDSTUK 1 LEERJAAR 4