Views
11 months ago

4 GTL

Sterk Engels Leerjaar 4 VMBO-GTL Workbook

AUSTRALIA - PAST

AUSTRALIA - PAST SIMPLE/PRESENT PERFECT – QUESTIONS & NEGATIONS PAST SIMPLE: HOW? PRESENT PERFECT: HOW? regelm. ww. onregelm. ww. stam werkwoord + ed tweede rijtje he/she/it has Derde rijtje/stam ww +ed /you/we/ they have Derde rijtje/stam ww +ed PAST SIMPLE: WHEN? Je gebruikt de simple past om te zeggen dat: PRESENT PERFECT: WHEN? Je gebruikt de present perfect om te zeggen dat: 1. iets in het verleden is gebeurd EN er staat bij wanneer dat gebeurd is. Signaalwoorden : “yesterday, last week” enz. (LET OP! Staan deze er niet bij: gebruik present perfect) 1. iets in het verleden is gebeurd MAAR er staat niet bij wanneer dat gebeurd is. (LET OP! staat er wel bij wanneer dat gebeurd is dan gebruik je de simple past) 2. te zeggen dat iets in het verleden is begonnen en in het verleden is afgelopen. 2. iets in het verleden is begonnen en nu nog doorgaat. (is de actie in het verleden ook afgelopen dan gebruik je de simple past) Meestal staat er “for” of “since” in de zin. (gaat de actie nu nog steeds door dan moet je de present perfect gebruiken) EXAMPLES 1. He played a match yesterday. 2. He lived there for 2 years. (nu woont hij er dus niet meer) EXAMPLES 1. He has played a match. 2. He has lived there for 2 years. (hij woont er dus nog steeds) TENSE QUESTIONS NEGATIONS Past simple Did + infinitive Didn’t + infinitive Voorbeeld: Present Perfect Did you see me yesterday? Have + past participle No, I didn’t see you yesterday. Haven’t + past participle Voorbeeld: Have you seen him since yesterday? No, I haven’t seen him since yesterday. 145 ENGLISH WORLDWIDE - GTL

INDIA - INFINITIVE WILL + INFINITIVE A decision at the moment of speaking : BE GOING TO + INFINITIVE A decision before the moment of speaking: Karen: There’s no bread. Tim: Really? In that case, I’ll go (to go) and get some. A prediction based on opinion: I think the Conservatives will win (to win) the next election. A future fact: Karen: There’s no bread. Tim: I know. I’m going to go (to go) and get some when this TV programme finishes. A prediction based on will win (to win) the next election. The Conservatives are going to win (to win) the election. They already have most of the votes. The sun will rise (to rise) tomorrow For promises & requests / refusals & offers: I will help (to help) you tomorrow, if you like. UNITED STATUS - DEMONSTRATIVE PRONOUNS CLOSE BY FAR AWAY A. This car here is red. B. That car over there is black. C. These cars are silver and green. D. Those cars over there are white. 146 ENGLISH WORLDWIDE - GTL