Views
1 year ago

2 Toetsen

Toetsen data base leerjaar 2

12. Zzch zorgen maken

12. Zzch zorgen maken over 13. waar 14. schoon 15. soms 16. kleine neus 17. scherpe tanden 18. een lange nek 19. vogels 20. verwonding Ex 5 Translate the bold words into English (Vertaal de dikgedrukte woorden naar het Engels) KEY 1. sick 2. birds 3. dog 4. lizard 5. injury 6. sharp teeth 7. mouse 8. short 9. cat 10. turtle Ex 6 Voor opdracht geldt: Is de betekenis van het woord voor de docent duidelijk is dan verdient de leerling alle beschikbare punten. Als de andere woorden in de zin niet correct gespeld zijn of de zin grammaticaal niet correct is verdient de leerling nog steeds alle punten mits de boodschap van de zin duidelijk is. Ex 7 Voor opdracht geldt: Is de betekenis van het woord voor de docent duidelijk is dan verdient de leerling alle beschikbare punten. Als de andere woorden in de zin niet correct gespeld zijn of de zin grammaticaal niet correct is verdient de leerling nog steeds alle punten mits de boodschap van de zin duidelijk is. Ex 8 Translate the Dutch form of to be & to have into English (Vertaal de nederlandse vorm van hebben en zijn naar het Engels) KEY 1. is not 2. have 3. has 4. Are 70 HANDLEIDING EN ANTWOORDENMODEL HOOFDSTUK 1 LEERJAAR 2

Ex 9 Translate the Dutch form of the comparatives and superlatives into English (Vertaal de nederlandse vorm van de trappen van vergelijking naar het Engels) KEY Ex 10 1. happier 2. angriest 3. biggest 4. thinner Choose the correct form of to be or to have (Kies de juiste vorm van zijn of hebben) KEY 1. have 2. are not 3. am 4. has not Ex 11 Choose the correct form of the comparatives and superlatives (Kies de juist vorm van de trappen van vergelijking) KEY 1. most innovative 2. more artistic 3. best 4. nicest Ex 12 Choose the correct form of the possessive & reflexive pronouns (Kies de juist vorm van de bezittelijke en reflecterende voornaamwoorden) KEY Ex 13 Ex 7 1. my 2. his 3. yourself 4. hers Choose the sentence with the correct word order (Kies de zin met de juiste woordvolgorde) KEY 1. b 2. a 3. c 4. a 71 HANDLEIDING EN ANTWOORDENMODEL HOOFDSTUK 1 LEERJAAR 2